Het jubeljaar in Compostella ter ere van de H. Jakobus
|
|
|
|
|
woensdag 30 juni 2010
|
Al vanaf vroeg in de middeleeuwen tot in onze dagen is het graf van de H. apostel Jakobus de Meerdere, naast de graven van de HH. apostelen Petrus en Paulus. een van de meest populaire bedevaartplaatsen in Europa. Door heel Europa zijn er vele pelgrimsroutes die de pelgrims langs verschillende wegen leiden naar Compostella in Spanje, waar de heilige al vroeg een grote verering genoot. Ook dit jaar worden er vele pelgrims in Compostella verwacht, omdat het een zogenaamd jubeljaar is, dat telkens wordt uitgeroepen als 25 juli, de feestdag van deze apostel, op een zondag valt.
Viering alleen in kerken waar Jakobus patroon is Volgens de regels van de Algemene Romeinse kalender wordt echter juist op zondag de feestdag van de heilige Jakobus alleen maar gevierd in die kerken of plaatsen (zoals Den Haag) die aan hem zijn toegewijd. Het betreft kerken die aan deze apostel zijn toegewijd, omdat zij veelal in verband gebracht worden met een pelgrimsroute naar Compostella. Daar zijn volgens de overlevering de relieken van Jakobus naar toe gebracht, toen Jeruzalem door de Arabieren veroverd was.
De liturgische teksten van het feest De apostel Jakobus was samen met zijn broer de apostel Johannes een zoon van Zebedeus, zoals staat in de openingstekst van de eucharistieviering, een citaat van Mt. 4, 18. Bij hun roeping tot apostel gaf Jezus aan hen de naam 'zonen van de donder' (vgl. Mc. 3, 17). Jakobus was aanwezig bij de gedaanteverandering van de Heer (vgl. Le. 9,28 - 36), dat gevierd wordt op 6 augustus. Hij is tegen het paasfeest van het jaar 43 door Herades Agrippa onthoofd (vgl. Hand. 12,2) overeenkomstig de voorspelling van Jezus (zie Mc. 10,35 vv). Zoals in het openingsgebed staat, was hij de eerste apostel die zijn bloed vergoten heeft en zo met zijn bloed de kerk geplant heeft. Het evangelie van deze feestdag verhaalt hoe Jezus aan de zonen van Zebedeus de eer belooft om de kelk van zijn lijden te drinken in antwoord op de vraag van hun moeder of zij in het koninkrijk van Jezus aan zijn rechter- en linkerhand mogen zitten (Mt. 20, 20 -28). Aan dit evangelie is ook de communie-tekst ontleend. Als antwoordpsalm is de pelgrimspsalm 126 (125) gekozen, een verwijzing naar de diepe geestelijke vreugde die de pelgrimstocht geeft na de lichamelijke inspanning om het doel van de tocht te bereiken. Het gebed over de gaven verwijst naar het doopsel waarover Jezus spreekt in Mc. 10, 38.
E. de Jong
|